Veni Domine Iesu

Veni Domine Iesu
De Tent van God bij de mensen en Hij zal bij hen verblijven

donderdag 6 december 2012

Het vraagstuk Antichrist

Antichrist & Israël – Deel 1
Het vraagstuk Antichrist

Waar precies te beginnen? Het thema Antichrist in de Bijbel is namelijk zó veelomvattend dat men zich kan afvragen: Wat is het beste aangrijpingspunt? Voor de hand ligt uiteraard om zich meteen tot de brieven van Johannes te wenden. Waarom? Omdat alleen in die Geschriften de term wordt aangetroffen. De term dus, want het thema vindt men door de hele bijbel heen. En zoals met veel hoofdthema's van de Bijbel het geval is, vormt ook hier de eerste profetische uitspraak in Genesis 3:15 een vertrekpunt. De bewoordingen die daar worden gehanteerd plaatsen immers een aantal zaken tegenover elkaar, t.w.:

1U  ( de Slang )  < >  de Vrouw   en  2.  Uw Zaad   < >  haar Zaad

Punt 2 in het bijzonder geeft de situatie aan die met betrekking tot de Antichrist aan de orde is. Anti heeft in het Grieks namelijk twee betekenissen:
a.) tegenover
b.) in plaats van

In het geval van de Antichrist zijn beide toepasselijk:
De Antichrist is een figuur die zich tegenover de ware Christus [Messias Jezus] in een vijandige tegenstand plaatst, terwijl hij ook degene is die zich voor de ware Christus zal uitgeven; een pseudo-Messias derhalve die het zal doen voorkomen of hijzelf de Christus of Messias is.
Dat alles ligt profetisch opgesloten in (vooral) de tweede tegenstelling van Genesis 3:15: het Zaad van de Slang tegenover het Zaad van de Vrouw; in de ultieme vervulling de Antichrist in vijandschap tegenover Messias Jezus.

Om nu maar meteen deze eerste profetie verder uit te diepen:
Van het Zaad van de Vrouw wordt voorzegd dat hij de Slang in de kop zal vermorzelen. Om dit te zijner tijd werkelijk te kunnen doen moet het Zaad, Messias Jezus, vanzelfsprekend geestelijk zijn, want slechts een machtige geest zou de Duivel, ook een machtig geestelijk personage, definitief kunnen uitschakelen. Maar dit wekt het vermoeden dat het Zaad van de Slang, dus de pseudo-Messias, eveneens geestelijk moet zijn. En dit nu is - in de oplossing van het vraagstuk dat Antichrist heet - een eerste belangrijke sleutel: De Antichrist is in principe geestelijk van natuur, zoals ook de ware Christus in principe van een geestelijke natuur is.

Met opzet zeggen wij in principe, want in een andere belangrijke profetie die gaat over de Messias als het beloofde Zaad, Genesis 22:16-18, wordt hij aangekondigd als een vleselijke nakomeling van de gelovige Abraham.
Die tweede profetie gaf dus lang geleden te kennen dat het Beloofde Zaad dat in feite geestelijk van oorsprong is, tijdelijk mens op aarde zou zijn in de geslachtslijn van Abraham. En het is natuurlijk duidelijk waarom; want als mens zou hij in staat zijn om door zijn dood in de vereiste losprijs te voorzien.

Uiteindelijk zou hij evenwel weer tot zijn eigenlijke geestelijke natuur moeten terugkeren om de Slang in de kop te kunnen vermorzelen. En dat gebeurde ook, bij zijn opstanding: weliswaar ter dood gebracht in vlees maar levend gemaakt in geest (1 Petrus 3:18).

Maar er is een tweede belangrijke sleutel. Als inderdaad het Zaad van de slang geestelijk van natuur is -precies zoals het geval is met het Zaad van de vrouw- waar moeten wij dit Zaad dan zoeken?
Het antwoord is eigenlijk niet moeilijk: dat Zaad moet gezocht worden in de sfeer der demonen. Niet voor niets immers verhaalt Gods Woord al in Genesis hoofdstuk 6 dat in de periode die aan de grote Vloed vooraf ging:  

De zonen van de ware God gingen de dochters der mensen gadeslaan, dat zij mooi waren; en zij gingen zich vrouwen nemen, namelijk allen die zij verkozen.

Dat was een daad van opstand van de zijde van die zonen Gods, zijn engelen. Waarom? Om bij hun vrouwen op aarde te kunnen wonen en met hen te kunnen samenleven, moesten deze engelen zich namelijk menselijke lichamen materialiseren. Een dergelijke gang van zaken is evenwel tegennatuurlijk en om die reden bedreven die opstandige engelen een zonde die later vergeleken kon worden met die van de bewoners van Sodom. Zie Genesis 6:2-3; 1 Petrus 3:19-20; 2 Petrus 2:4 en Judas 6.

Het is dan ook niet zonder reden dat Jezus instemde met de opmerking van de Farizeeën die volgens Mattheϋs 12:24 Satan aanduidden als "de heerser der demonen". De demonen staan onder het toezicht van Satan. Zij zijn de ongehoorzame zonen Gods die met de komst van de Vloed gedwongen werden hun verblijf  bij de dochters der mensheid op te geven en naar het geestenrijk terug te keren door hun gematerialiseerde mannelijke, menselijke lichamen af te leggen.

Maar zij geraakten toen wel onder de heerschappij van Satan en die omstandigheid verschaft de grondslag  voor het opmerkelijke,  Bijbelse gegeven dat de Duivel hen in de eindtijd zal kunnen mobiliseren, en dat ook metterdaad zal doen, om vanuit het demonenrijk zijn ultieme verzet tegen Gods voornemen te organiseren in de persoon van de voorzegde Antichrist.  

We stelden reeds vast dat de term Antichrist tevens inhoudt dat die tegenstander van God zich te zijner tijd voor de ware Christus zal uitgeven. Hoe gaat hij daarbij te werk?  Ondermeer door op een bedrieglijke wijze Messias Jezus in zijn optreden na te bootsen. De Bijbel maakt ons ver van tevoren attent op situaties en omstandigheden waaruit de na-aperij van de Antichrist zal blijken.
Enkele voorbeelden, met de bedoeling een voorlopige indruk van dit door en door bedrieglijke fenomeen te verkrijgen.

• In Genesis 3:15 werd aangekondigd dat Satan de gelegenheid zou krijgen om het Beloofde Zaad in de hiel te vermorzelen, dat wil zeggen Jezus' tijdelijke dood te veroorzaken. Bijgevolg zag Johannes een lam staande als zijnde geslacht (Op 5:6, 12).  Vergelijk dit met Openbaring 13:3 En één van zijn koppen [van het antichristelijke Beest] was als ten dode toe geslacht.

• Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.
Waarom kon Jezus dat zeggen? Omdat hij volgens Paulus' verklaring in Ks 1:15 het evenbeeld is van de onzichtbare God.
Jahweh God bracht hem als het ware als zijn replica voort. Hebreeën 1:3 ondersteunt die visie:

Hij die afstraling der heerlijkheid is en afdruk van zijn wezen, die ook alle dingen draagt door zijn krachtig woord, heeft, nadat hij reiniging der zonden bewerkte, plaatsgenomen aan de rechterhand der majesteit in verheven plaatsen.

Vergelijk dit met Openbaring 13:1 waar Johannes een Beest uit de zee ziet opstijgen. Met welk profiel? Dat Beest heeft 7 koppen en 10 horens. Een replica derhalve van zijn god, de Draak, Satan de Duivel (2Ko 4:4). Want die antigod heeft volgens Openbaring 12:3 eveneens 7 koppen en 10 horens.

•  zijn opstanding en voorafgaand aan zijn terugkeer naar de hemel verklaarde Jezus vlgs. Mattheüs 28:18 Alle macht in de hemel en op aarde is mij gegeven. En in het visioen van de profeet Daniël zien we Jezus als de Mensenzoon voor God verschijnen en hem werd heerschappij en waardigheid en een koninkrijk gegeven. Daniël 7:13-14.

Vergelijk dit met Openbaring 13:2 En de Draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.
Bijgevolg verwondert het ons niet dat Openbaring 16:10 gewag maakt van "de troon van het Beest" en ook van "zijn koninkrijk".

• Volgens Romeinen 10:7 daalde Messias Jezus na zijn dood tijdelijk af in de afgrond. Maar zijn Vader deed hem op de derde dag daaruit weer opkomen.  Vergelijk dat met Lukas 10:18 en in het bijzonder met Openbaring 9:1-3 waar ons een beeld wordt getoond van een ster die uit de hemel is komen vallen aan wie de sleutel van de put van de afgrond wordt gegeven. Na die geopend te hebben komen vanuit die put van de afgrond sprinkhanen op de aarde te voorschijn die er heel merkwaardig uitzien.

Zie trouwens ook Openbaring 17:8
Het Beest dat je zag was en is niet, en het staat op het punt uit de afgrond op te stijgen, en het gaat heen in vernietiging. 

• In Openbaring 19:11 zien we de koning Messias Jezus op een wit paard ten oorlog rijden. Vergelijk dat met Openbaring 6:1-2  en wat er plaats vindt wanneer het Lam het eerste zegel opent:

En ik zag toen het Lam één der zeven zegels opende, en ik hoorde één van de vier Levende wezens zeggen als met een geluid van donder: Kom! En ik zag en zie een wit paard en degene die er op zit hebbend een boog, en hem werd een kroon gegeven; en hij trok er op uit, overwinnend en om te overwinnen

Zie in dat verband ook nogmaals Op 13:2
De meeste commentatoren zijn het er over eens dat deze ruiter vertegenwoordigt wat in 2 Thessalonicenzen 2:11 wordt aangeduid met "een werking van dwaling" welke God tot mensen laat gaan die liever de leugen geloven dan de waarheid. De ruiter voert in eerste instantie een onbloedige oorlog, want hij heeft alleen een boog. Toch overwint hij omdat hij door middel van overredende misleiding de wereld achter zich krijgt, met name het joodse en 'christelijke' deel daarvan aangezien hij zich aldus presenteert als de voorzegde Vredevorst van Jesaja 9:6. Dus opnieuw na-aperij van de ware Messias.
Zie ons commentaar bij Openbaring 6:1-2 .

Sommigen opperen de gedachte dat de ruiter van Openbaring 6:2 en die van 19:11 beide Messias Jezus afbeelden.
Maar let eens op de verschillen tussen de twee ruiters van 6:2 en 19:11:
Het enige wat zij gemeenschappelijk hebben is een wit paard!
De ruiter van 6:2 heeft alleen een boog doch geen pijlen, terwijl Jezus in 19:11, 15 een scherp lang zwaard heeft dat uit zijn mond tevoorschijn komt.
Bedenk ook het volgende ten aanzien van 6:2 en zijn ruiter: Zou Jezus zichzelf van onder het eerste der zeven zegels tevoorschijn moeten laten komen? Want merk op dat deze ruiter niet kan verschijnen totdat Jezus het zegel voor hem verbreekt.

Naderhand hopen we dieper in te gaan op deze Bijbelse aanwijzingen betreffende de Antichrist. Nu zijn ze  bedoeld om  een idee te geven in welke Bijbelgedeelten in het bijzonder wij moeten zijn om opheldering te krijgen over het mysterie omtrent deze sinistere figuur. Tevens verschaffen ze een impressie onder welke beelden en symbolen hij in de bijbel verschijnt.

-.-.-.-

Geen opmerkingen: