Veni Domine Iesu

Veni Domine Iesu
De Tent van God bij de mensen en Hij zal bij hen verblijven

maandag 24 mei 2021

Het geheimenis van Pinksteren

In het Hebreeuws is het woord voor Pinksteren Shavuot, dat "weken" betekent. In de Joodse kalender is het Wekenfeest het feest van de tarweoogst in het land Israël:

 

Zeven weken dient gij u te tellen. Vanaf het ogenblik dat de sikkel voor het eerst in het staande koren wordt geslagen, zult gij zeven weken beginnen te tellen. Dan moet gij het Wekenfeest vieren voor YHWH, uw God, naar de vrijwillige gave van uw hand die gij zult geven, naarmate YHWH, uw God, u mocht zegenen (Dt 16:9-10).

 

Zoals voor het eerst aangegeven in Leviticus, wordt Shavuot gezien als het hoogtepunt van zeven weken, plus één dag... de dag ná de sabbatDeze vijftig dagen worden in het NT (het Griekse deel van de Bijbel) aangeduid als Pinksteren, de Hollandse weergave van het Griekse woord [Πεντηκοστη] voor 'vijftig'.

 

Vanaf zijn vroegste dagen stond Pinksteren bekend als een oogstfeest. Maar 50 dagen daarvoor – op 16 Nisan - werd, eveneens volgens Gods inzetting de omer [schoof] aangeboden door de hogepriester, die voor de tabernakel stond; later voor de tempel. Het was het teken van het feest der Eerstelingen. In Leviticus 23:11 wordt het de schoof [Hebreeuws omer] genoemd. In zijn gewone betekenis was een omer een droge maat die iets meer dan twee liter bedroeg. 

Het aanbieden van de omer kenmerkte de eerste dag van een aftelling van vijftig dagen tot op Pinksteren:

 

En vanaf de dag ná de sabbat, vanaf de dag waarop jullie de schoof van het beweegoffer brachten, moeten jullie je zeven weken tellen. Zeven volle weken zullen het zijn. Tot de dag na de zevende sabbat moeten jullie tellen, vijftig dagen, en jullie moeten een nieuw graanoffer aan YHWH aanbieden. Uit jullie woonplaatsen moeten jullie twee broden als beweegoffer brengen. Ze dienen uit twee tiende efa meelbloem te bestaan. Ze dienen gezuurd gebakken te worden, als eerste rijpe vruchten voor YHWH (Lv 23:15-17).

 

Het tellen van de vijftig dagen vanaf de Eerste Vruchten tot Pinksteren is typerend voor de verlossing in het algemeen. Voor de Jood heeft het, in de naleving van het Wekenfeest (Shavuot), altijd de rijping van de relatie tussen God en Israël voorgesteld.

Daarbij kunnen we denken aan de tradities die in de eerste jaren van de Gemeente ontstonden. De centrale doctrines werden overgeleverd door mensen die in de tradities van de Joodse geschiedenis en profetie waren opgevoed. Hun leven stond letterlijk in het teken van het bijhouden van de feestenkalender.

 

Van alle vieringen volgens de Joodse feestkalender is het Wekenfeest het meest mysterieus. In het moderne Jodendom wordt Pinksteren altijd op twee dagen gehouden; een mysterie op zich. Omdat het op hun kalender ‘zweeft’, wordt het het feest zonder datum genoemd. In Leviticus 23:15-22 lezen we de volledige details omtrent Shavuot (Pinksteren).

 

En vanaf de dag na de sabbat [16 Nisan], vanaf de dag waarop jullie de schoof [omervan het beweegoffer brachten, moeten jullie je zeven sabbatten tellen. Het dienen werkelijk volle [weken] te zijn. Tot de dag na de zevende sabbat moeten jullie vijftig dagen tellen, en jullie moeten een nieuw graanoffer aan YHWH aanbieden. 

 

Uit jullie woonplaatsen moeten jullie twee broden als beweegoffer brengen. Ze dienen uit twee tiende efa meelbloem te bestaan. Ze dienen gezuurd gebakken te worden, als eerste rijpe vruchten voor YHWH. 

En met de broden moeten jullie zeven gave mannetjeslammeren aanbieden, elk van een jaar oud, en één jonge stier en twee rammen. Ze behoren als een brandoffer voor YHWH te dienen, met het daarbij behorend graanoffer en de daarbij behorende drankoffers; als een vuuroffer tot een rustig stemmende geur voor YHWH. 

En jullie moeten één geitenbokje als zondeoffer opdragen en twee mannetjeslammeren, elk van een jaar oud, als gemeenschapsoffer. En de priester moet ze heen en weer bewegen met de broden van de eerste rijpe vruchten, als een beweegoffer voor het aangezicht van YHWH, met de twee mannetjeslammeren. Ze dienen de priester toe te komen als iets heiligs voor YHWH. 

 

En jullie moeten op diezelfde dag een bekendmaking doen; er zal een heilige samenkomst voor jullie zijn. Geen enkel soort zwaar werk mogen jullie verrichten. Het is een inzetting tot onbepaalde tijd in al jullie woonplaatsen voor jullie geslachten.

 

Wanneer de meeste Christenen stil staan bij Pinksteren denken ze in het geheel niet aan Joodse feestdagen. Hun eerste gedachte gaat gewoonlijk uit naar het boek Handelingen. Dat boek - de geschiedenis van de apostolische activiteit in de vormingsdagen van de Gemeente - is gebaseerd op het aeon [wereldperiode] van de heilige geest en de geboorte van de Gemeente op de Pinkstermorgen. Op zich is het één van de meest verbazingwekkende gebeurtenissen in de geschiedenis van de wereld.

 

Het boek Handelingen begint nabij het einde van de periode van vijftig dagen die begonnen te tellen ná het Feest van de Eerstelingen, de dag die de opstanding van onze Heer markeert; volgens de Joodse kalender jaarlijks op 16 Nisan.

 

Lukas opent zijn verslag door terug te verwijzen naar zijn Evangelie en noemt dat het eerste bericht. Aan het einde daarvan stijgt Yeshua op ten hemel, ná een ontmoeting met veel mensen.

De Heer zelf beëindigde zijn verschijningen door te zeggen: En zie, ik zend de belofte van mijn Vader op jullie; jullie echter, blijft in de stad wonen totdat jullie worden bekleed met kracht uit de hoogte (Lk 24:49).

 

Vervolgens, in de Handelingen, na die lacune van veertig dagen, schrijft Lukas >>

 

Het eerste bericht, Theofilos, heb ik opgesteld over alle dingen die Yeshua begonnen is zowel te doen als te onderwijzen tot op de dag dat hij werd opgenomen; nadat hij aan de apostelen die hij had uitgekozen door heilige geest bevelen had gegeven. Ook aan hen toonde hij, nadat hij had geleden, door vele onweerlegbare bewijzen dat hij levend was, daar hij gedurende veertig dagen door hen werd gezien en over de dingen aangaande het koninkrijk Gods sprak.

 

En terwijl hij met hen samenkwam, beval hij hun: Vertrekt niet uit Jeruzalem, maar blijft wachten op datgene wat de Vader heeft beloofd, waarover jullie van mij hebben gehoord.

Want Johannes doopte wel met water, maar jullie zullen niet vele dagen hierna in heilige geest worden gedoopt.

Toen zij nu bijeengekomen waren, gingen zij hem vragen: Heer, herstelt gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël? Hij zei tot hen: Het komt jullie niet toe kennis te verkrijgen van de tijden of tijdperken die de Vader onder zijn eigen autoriteit heeft gesteld, maar jullie zullen kracht ontvangen wanneer de heilige geest op jullie gekomen is, en jullie zullen getuigen van mij zijn, zowel in Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria, en tot het uiteinde der aarde.

 

En nadat hij deze dingen had gezegd, werd hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven, en een wolk onttrok hem aan hun gezicht. En toen zij met gespannen aandacht in de lucht keken, terwijl hij heenging, zie! daar stonden twee mannen in blinkende klederen naast hen, en zij zeiden: Mannen van Galilea, waarom staan jullie in de lucht te kijken? Deze Yeshua, die van jullie werd opgenomen in de lucht, zal aldus op dezelfde wijze komen zoals jullie hem ten hemel hebben zien gaan (Hn 1:1-11).

 

Yeshua steeg op voor de verwonderde ogen van zijn leerlingen, waarna een wolk hem aan hun waarneming onttrok.

Velen geloven dat die gebeurtenis het moment voorafschaduwt waarop Christenen – op hun beurt - zullen worden opgenomen om voor altijd bij hem te zijn; uiteraard in de hemelsferen. Zoals we lezen in Eén Thessalonicenzen 4 >>

 

14  Want indien wij geloven dat Yeshua stierf en opstond, zo zal ook God hen die ontsliepen door Yeshua met hem brengen.

15  Want dit zeggen wij jullie op gezag van [het] woord van [de] Heer: wij, de levenden, die overblijven tot in de paroesie van de Heer, zullen de ontslapenen beslist niet voorgaan.

16  Want de Heer zelf zal met een bevelend roepen, met een stem van [de] aartsengel en met een trompet Gods neerdalen vanaf [de] hemel en de doden in Messias zullen eerst opstaan.

17  Daarop zullen wij, de levenden die overblijven, tezamen met hen in wolken worden weggerukt, de Heer tegemoet in de lucht; en zo zullen we altijd met [de] Heer zijn.

18  Blijft elkaar aldus in deze woorden vertroosten.

 

Maar terug naar de Handelingen, waar wij lezen dat de leerlingen gedurende de volgende tien dagen steeds bijeen waren en baden, tot op Pinksteren: En toen de Pinksterdag aanbrak waren zij allen op dezelfde plaats bijeen.

Letterlijk volgens het Grieks Κα ν τ συμπληροσθαι τν μραν τς πεντηκοστς σαν πντες μο π τ ατ >>

En toen de dag van Pinksteren volledig was aangebroken, waren allen eensgezind op één plaats.

We lezen:

 

En plotseling kwam er uit de hemel een gedruis als van een geweldige windvlaag, en het vervulde het gehele huis waarin zij gezeten waren. En hun werden tongen als van vuur zichtbaar, die zich verdeelden, en op ieder van hen zette zich er één, en zij werden allen met heilige geest vervuld en begonnen in andere talen te spreken, zoals de geest het hun gaf ronduit te spreken (Hn 2:1-4).

 

Toen Petrus op die Pinksterdag zijn historische betoog hield, citeerde hij de profeet Joël, wiens hele boek rond de oogstcyclus is gecentreerd. YHWH Elohim had volgens de profeet het Pinkstergebeuren al aangekondigd: Ik zal mijn geest uitstorten op alle vlees. Daarmee het thema van de oogst aangevend.

Ook sprak Joël over het toekomstige herstel van Israël en verbond hij een en ander met de tijd van de lenteoogst.

 

En jullie, kinderen van Sion, verheugt je en wees blij in YHWH, jullie God. Want Hij heeft jullie de Leraar tot gerechtigheid gegeven. Die zal regen op u doen neerdalen, vroege regen en late regen in de eerste maand. De dorsvloeren zullen vol koren zijn, de perskuipen stromen over van nieuwe wijn en olie. Ik zal jullie de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten (Jl 2:23-25).

 

Maar terug naar ons eigenlijke onderwerp: Pinksteren en de diepere betekenis daarvan voor hen die zich door roeping mogen rekenen tot Yeshua’s Gemeentelichaam.

Die dag, ná de zevende sabbat sinds 16 Nisan, betekende het einde van de graanoogst. En dan werden twee met gist gebakken broden – gezuurd dus - naar de Tempel gebracht en door de Hogepriester in de lucht heen en weer bewogen. Die twee broden symboliseerden kennelijk

1.) de nieuwe, geestverwekte situatie die vanaf toen kenmerkend bleek te zijn voor elk lid van Yeshua’s Gemeentelichaam; maar niettemin

2.) nog altijd verkerend in zijn oorspronkelijke Adamitische staat.

 

Een uitverkoren Bruid uit Moab

 

Volgens velen is het boek Ruth het mooiste verhaal in de hele Bijbel. Ruth was een Heidense vrouw uit Moab die binnen een Hebreeuws gezin trouwde. Hoe kon zoiets plaats vinden?

In die tijd heerste er namelijk een hongersnood in Israël; de familie van Elimelek hoopte daaraan te ontsnappen door vanuit Bethlehem naar Moab te verhuizen.

Die gebeurtenissen vonden plaats in de periode dat de rechters het land regeerden ná de dood van Jozua. Het was een tijd van diepe morele en geestelijke achteruitgang (Ruth 1:1).

 

Maar Elimelek en ook de beide zonen van Naomi stierven in Moab. Toen zij vernam dat YHWH Elohim weer ‘omzag’ naar zijn volk, koos Naomi ervoor terug te keren naar haar huis in Bethlehem. Bij Ruth drong zij er op aan bij haar eigen volk te blijven, zoals Orpa had gedaan. Maar Ruth toonde zich vastbesloten om haar te vergezellen; ja, aan haar zijde te blijven totdat de dood hen scheidde:

 

Dring er bij mij niet op aan je te verlaten door terug te keren van achter jou. Waarheen jij gaat, zal ik gaan en waar jij vernacht zal ik vernachten. Jouw volk is mijn volk en jouw God mijn God.

 

Het was oogsttijd toen zij in Bethlehem aankwamen. Volgens het recht van de armen ging Ruth er in de velden opuit om voedsel te verzamelen door aren te ‘lezen’.

In die periode vond ze gunst bij Boaz, een rijke landeigenaar. Hij stond haar toe om zelfs tussen de schoven van het veld op te lezen.

 

 

Nadat Ruth (zinnebeeldig) van Pesach tot Pinksteren (1:22 en 2:23) onder Boaz’ leiding op het veld in de oogst had gearbeid, wilde zij zowaar hemzelf. Hoe kon dat? 

Omdat Boaz tot Naomi’s familie behoorde en daarom een Losser was! Voor Ruth - een arme buitenlandse die in Israël niets anders te verwachten had dan een blijvend weduwschap – hield een en ander een geweldige ommekeer in!


Dus ging zij op aanwijzing van Naomi naar de dorsvloer om – zoals in de Joodse traditie wordt geleerd - in de nacht van Pinksteren, het oogstfeest - aan de voeten van Boaz te liggen.

Op het cruciale moment claimde Ruth het zwagerhuwelijk met hem >> Je bent immers Losser!

Boaz erkende haar claim als een naaste bloedverwant die het recht had om dat te doen.

Dat bleek de volgende morgen toen de ‘zaak’ in de poort van de stad, in de tegenwoordigheid van de Oudsten, werd beslecht.

Na verenigd te zijn in het huwelijk baarde zij Boaz een zoon, Obed, de grootvader van David, de koning.

 

Het boek Ruth is dan ook het verhaal geworden van een Heidense bruid in een vreemd land, die begon met alleen haar geloof. Maar met haar hele ‘story’ voerde ze een profetisch beeld op van de (overwegend) Heidense Bruid van Christus, zijn Gemeente.

Kennelijk in de Pinksternacht kwam zij naar de dorsvloer en ging aan de voeten van Boaz liggen. Zijn aanvaarding van haar zette een reeks juridische stappen in gang, uitmondend in het huwelijk.

 

 

Ruth was Naomi volledig trouw gebleven. Boaz kende haar reputatie als deugdzame vrouw. Hij voltooide haar gerechtigheid in hun huwelijk en maakte haar erfgenaam van de Messiaanse belofte. Een arme vrouw van Moab werd in de lijn van de troon van David gebracht, van waaruit de Messias op een dag over de naties zou regeren.

 

In 1 Korinthiërs 15 lezen we over de Opname van de Ruthgemeente >>

 

51  Zie! Ik vertel jullie een geheimenis: Wij zullen niet allen ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden,

52  in een ondeelbaar momentin een knippering van [het] oog, bij de laatste bazuinWant de bazuin zal klinken en de doden zullen onverderfelijk worden opgewekt en wij zullen veranderd worden.

 

Het feest van Pinksteren blijkt dus heel wat kenmerken te bezitten die – bij nadere beschouwing – steeds weer Gods handelen met de Gemeente suggereren. Om nog eens op te sommen:

Het wordt geassocieerd met; of gemarkeerd door >>

1.) de oogst;

2.) het ten huwelijk nemen van een Heidense bruid;

3.) de geboorte van het aeon [wereldperiode] der Gemeente. 

 

Bijgevolg moet men wel tot de conclusie komen dat Pinksteren in de ogen van God een belangrijk ‘feest’ is.

Maar…, dat de Gemeente ten tijde van dat ‘feest’ naar huis zal worden geroepen lijkt niet waarschijnlijk 

Eerder moeten wij denken aan datgene wat op de Pinksterdag van 33 AD werkelijk plaats vond.

 

In de studie Een mogelijk verloop van de Zeventigste Jaarweek wordt een en ander verduidelijkt, namelijk dat

toen, bij de uitstorting van de geest op de eerste 120 leden, die speciale Gemeente werd gesticht in de zin van een nieuwe geboorte ervaren.

In zijn Efezebrief, hoofdstuk 2, heeft de apostel die geestelijke vernieuwing duidelijk verwoord >>

 

4  Maar God, die rijk is aan barmhartigheid, heeft ons, vanwege zijn diepe liefde waarmee hij ons heeft liefgehad,

5  toen óók wij doden waren in de overtredingen, levend gemaakt tezamen met de Messias – door liefderijke gunst zijn jullie gered –

6  en Hij heeft ons mede opgewekt en mede plaats doen nemen in de hemelsferen in Messias Jezus,

7  opdat hij in de toekomstige eeuwen de allesovertreffende rijkdom van zijn liefderijke gunst zou laten zien in [de] goedheid jegens ons, in Messias Jezus.

8  Want door liefderijke gunst zijn jullie gered, door geloof; en dat niet uit jullie; het is de gave Gods;

9  niet uit werken, opdat niemand zou roemen.

10  Want zijn maaksel zijn wij, in Messias Jezus geschapen voor goede werken, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

 

Paulus werd ooit naar de hemel overgebracht. Zoals hijzelf beschreef; in 2Kor 12 >>

 

2  Ik ken een mens in Masjiach, veertien jaar geleden – hetzij in een lichaam, ik weet het niet; hetzij buiten het lichaam, ik weet het niet; God weet het – die persoon werd weggerukt tot de derde hemel.

3  Zeker, ik ken zulk een mens – hetzij in een lichaam hetzij gescheiden van het lichaam, ik weet het niet, God weet het –

4  dat hij werd weggerukt naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden hoorde, welke het een mens niet geoorloofd is te spreken.

5  Over zo iemand zal ik roemen, maar over mijzelf zal ik niet roemen behalve in de zwakheden.

 

'Weggerukt worden’ is de gezegende hoop van alle christenen. De Schrift maakt heel duidelijk dat dit onze bestemming is. En dát zal de grootste historische gebeurtenis zijn sinds de hemelvaart van de Heer zelf. En het zal zeker de trigger zijn die een steeds meer dramatische reeks oordelen in gang zal zetten.

 

In Paulus Tweede brief aan de Thessalonicenzen heeft hij melding gemaakt van een thans nog beperkende kracht – t.w. de aanwezigheid van het Lichaam van Christus - als de sleutelfactor in de timing van hedendaagse gebeurtenissen. De verwijdering ervan zal de drastische veranderingen opleveren die - volgens Gods Woord - het kwaad in de wereld enorm zal verergeren. Maar ook dat alles slechts als een verdere vervulling van profetie.

Met andere woorden, zolang we als Gemeente nog aanwezig en actief zijn, kan de openbaring van de Goddeloze, en ook de goddeloosheid in het algemeen, zich niet ten volle manifesteren.

 

Zoals we allen weten werd Yeshua Mashiach in 33 AD (kennelijk 4035 AM) als het Lam Gods ter dood gebracht.

 

Dat 4035 AM het waarschijnlijke jaar moet zijn waarin Mashiach Yeshua zijn offerandelijke dood ervoer wordt aldus bevestigd >>

In het Anno Mundi jaar 2266 (1737 vóór AD) werd aartsvader Jakob (GW 182) bij het oversteken van de rivier Jabbok voor het eerst Israël (GW 541) genoemd. Het verschil tussen beide GW’s [getalswaarden] is opmerkelijk, t.w. 359 (Satan >> 541 minus 182). Bijgevolg kon het jaar 2266 AM voortaan aangemerkt worden als een nieuw vertrekpunt voor het tellen der jaren van Israëls geschiedenis; in het bijzonder wanneer het zou gaan om tijden van grote nood waaruit alleen God zijn uitverkoren volk van hun vijanden zou kunnen redden.

Het GW verschil tussen 4035 AM en 2266 AM = 1769 jaren. Maar GW 1769 is ook die van Psalm 22:7 waarin naar de (offer)dood van de Mashiach vooruit wordt gehint >> Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de tong uit en schudden het hoofd.

 

Yeshua’s fervente tegenstanders – de elitaire Joodse religieuze bovenlaag – slaagden rond Pesach van dat jaar 33 AD [4035 AM] er namelijk in de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus dermate onder politieke druk te zetten dat hij bezweek voor hun aandrang om Yeshua ‘aan een paal te hangen’ >>

 

Pilatus nu riep hun opnieuw toe, daar hij Yeshua wilde vrijlaten. Maar zij schreeuwden er tegenin, zeggend: Aan de paal, aan de paal met hem! Hij dan richtte zich voor de derde maal tot hen: Wat voor kwaad heeft deze dan toch gedaan? Ik vond in hem geen enkele schuld waar de dood op staat. Dus zal ik hem na tuchtiging vrijlaten. 

Maar zij drongen met luider stem aan, eisend dat hij aan de paal zou worden gehangen; en hun stemmen kregen de overhand. En Pilatus besliste dat aan hun eis voldaan moest worden. Hierop liet hij hem die wegens oproer en moord in de gevangenis was geworpen [en] die zij eisten, vrij, maar Yeshua gaf hij over aan hun wil (Lukas 43:20-25).

 

   

Zevenendertig jaar later stond YHWH Elohim toe dat de Romeinse legers hun Tweede tempel volkomen verwoestten. Ja, zelfs in de mate zoals Yeshua – vlak voor zijn dood – had aangekondigd >>

 

En toen sommigen over de tempel zeiden dat hij met fraaie stenen en gewijde voorwerpen was versierd, zei hij:
Deze dingen die jullie aanschouwen − er zullen dagen komen waarin hier geen steen op steen gelaten zal worden die niet gesloopt zal worden
 
(Lukas 21:5-6; 20-24).

 

Dat gebeurde dus 37 jaar later; in 70 AD of 4072 AM.

Ter aanvulling >>

Over de eerste tempel, die van Salomo, lezen we in 1Kn 9:8 over zijn verwoesting (in 587/586 v.Chr.) : En dit Huis zal een ruïne worden. Ieder die er voorbijgaat, zal zich ontzetten, sissen van afschuw en zeggen: Waarom heeft YHWH zo gedaan met dit land en met dit huis?

Merkwaardig dat de getalswaarde van dit vers nu juist 4072 is!!

 

In Handelingen 2:6 vernemen we wat er op de Pinksterdag van 33 AD [4035 AM] gebeurde toen de heilige geest op de eerste  120 leden van de Christelijke Gemeente werd uitgestort en zij in andere talen dan het Hebreeuws gingen spreken >> Toen dan dat geluid ontstond, kwam de menigte bijeen en was verbijsterd, daar iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.

De GW (getalswaarde) van dat vers bedraagt 13761.

Maar GW 13761 is ook die van Jh 20:2 >> Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg, terwijl het nog donker was, bij het graf en zag dat de steen reeds van het graf was weggenomen.

 

Niet wetend wat er werkelijk had plaats gevonden, lezen we >>

 

Daarom snelde zij heen en kwam bij Simon Petrus en bij de andere discipel, voor wie Yeshua genegenheid had, en zei tot hen: Ze hebben de Heer uit het graf weggenomen, en wij weten niet waar ze hem hebben gelegd.

 

Waarom is dit van belang?

Antwoord: Omdat de gematriabenadering toont dat er een duidelijke verwantschap geconstateerd moet worden tussen Yeshua’s opstanding op 16 Nisan 33 AD en de uitstorting van de geest – 50 dagen later op de dag van Shavuot – op de eerste 120 leden van de Christelijke Gemeente die toen gesticht werd >>

 

In de loop van de Pinksterdag nu waren zij allen op dezelfde plaats bijeen, en plotseling kwam er uit de hemel een gedruis als van een voortgestuwde, stevige bries, en het vervulde het gehele huis waarin zij zaten. En hun werden tongen als van vuur zichtbaar, die werden verdeeld, en op ieder van hen zette zich er één, en zij werden allen met heilige geest vervuld (Hn 2:1-4).

 

Conclusie wederom >> Er is een sterke verwantschap tussen de dag van 16 Nisan en de stichting van de Gemeente, 50 dagen later op Shavuot!

Maar die situatie was ook te verwachten! Waarom?

Omdat volgens de Thorah zowel op 16 Nisan als op de Pinksterdag door de priesterschap in de tempel het beweegoffer moest worden gebracht. In beide gevallen was er sprake van een beweegoffer, maar in Yeshua’s situatie werd daardoor zijn opstanding [op de Derde dag] verzinnebeeld. Naar wij mogen aannemen betekent het beweegoffer van Shavuot iets overeenkomstigs voor Yeshua’s Gemeentelichaam, maar dan in de zin van een nieuwe- of wedergeboorte!

 

Hierboven gaven we dat al eerder aan door te verwijzen naar Efeze 2 >> Hij heeft ons mede opgewekt en mede plaats doen nemen in de hemelsferen in Messias Jezus.

Maar die waarheid wordt op nog verschillende andere plaatsen teruggevonden; t.w.:

 

Of weten jullie niet dat zovelen die in Messias Jezus werden gedoopt, in zijn dood werden gedoopt? Wij werden dan met hem begraven door de doop in de dood, opdat -  evenals Messias uit doden werd opgewekt door de heerlijkheid van de Vader - zo ook wij in een nieuwheid van leven zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn in de gelijkheid van zijn dood, zullen wij het beslist ook zijn van de opstanding (Rm 6:3-5).

 

In hem ook werden jullie besneden met een besnijdenis niet door handen verricht, in het wegnemen van het vleselijk lichaam, in de besnijdenis van de Messias. Mede begraven met hem in de doop; in wie jullie ook mede opgewekt zijn door het geloof van de werking Gods, die hem uit de doden heeft opgewekt (Ks 2:11-12).

 

Indien jullie tezamen met de Messias werden opgewekt, zoekt dan de dingen boven, waar de Messias is, gezeten aan Gods rechterhand (Ks 3:1).

 

Verwondert je niet, broeders, indien de wereld jullie haat. Wat ons betreft, wij weten dat wij uit de dood zijn overgegaan in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood (1Jh 3:13-14).
 

-.-.-.-

  

Geen opmerkingen: