Veni Domine Iesu

Veni Domine Iesu
De Tent van God bij de mensen en Hij zal bij hen verblijven

woensdag 13 februari 2019

Jesaja, hoofdstuk 17 – Een toelichting vanuit de gematria



In de meeste commentaren op hoofdstuk 17 van Jesaja gaat men er vanuit dat het daarin aangekondigde oordeel over Damaskus in de 8ste eeuw voor onze tijdrekening werd voltrokken. Dat zou de enige vervulling van deze profetie zijn geweest. Maar niet alle Bijbelkenners huldigen dat standpunt.
In zijn commentaar op dit hoofdstuk schreef Arno Gaebelein op >>

Damascus was the ancient city of Syriamentioned for the first time in Genesis 15.
Syria and Ephraim had made common cause against the House of David.
Tiglath-pileserKing of Assyriaexecuted the judgment upon Damascus and made of it ruinous heap.
But the judgment is also future.
And the enemies of Israelwhich trouble his peoplewill be troubled in that day.
It is a solemn word with which this chapter closes >> This is the portion of them that spoil us, and the lot of them that rob us.

Een andere bekende Bijbelcommentator, the late Ray Stedman, plaatste de vervulling van de profetie uitsluitend in de toekomst >>

An oracle concerning Damascus.
BeholdDamascus will cease to be a city, and will become a heap of ruins.
Her cities will be deserted for ever; they will be for flockswhich will lie down, and none will make them afraid
 (Isaiah 17:1-2 RSV).

That has not yet been fulfilled. The infallible Word of God says that Damascus, a large and very old city, ultimately will be destroyed. We are not told how or when this will happen but it will happen, as the Word of God declares

Zelf zijn wij het volkomen met Stedman eens; alles in Jesaja 17 is nog toekomstig.
Verder blijkt het zeer lonend te zijn om het gematriabeginsel op de inhoud van het hoofdstuk toe te passen, t.w.:
  
Js 17:1
De formele uitspraak tegen Damaskus: „Zie! Damaskus weggedaan zodat ze geen stad meer is, en ze is een puinhoop geworden, een afbrokkelende bouwval.
2616
Js 17:2
De steden van Aroër die zijn achtergelaten, worden louter plaatsen voor kudden, waar ze werkelijk neerliggen, zonder dat iemand [ze] doet beven.
2772
Js 17:3
En de versterkte stad is verdwenen uit Efraïm, en het koninkrijk uit Damaskus; en die van Syrië overblijven, zullen net als de heerlijkheid van de zonen van Israël worden”, is de uitspraak van YHWH der legerscharen.
4136

Opgeteld 2616+2772+4136 leveren deze eerste drie verzen de GW (getalswaarde) 9524 op, en in de hele Schrift wordt die GW uitsluitend aangetroffen in Mattheüs 28:1

Na de sabbat, toen het licht begon te worden op de eerste dag van de week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria naar het graf kijken.

Naar ons oordeel zou een en ander kunnen inhouden dat de verwoesting van Damaskus zal samenvallen met de opstanding van Jezus’ Gemeentelichaam.

Js 17:4
En het moet geschieden op die dag dat de heerlijkheid van Jakob gering zal worden, en zelfs de vetheid van zijn vlees zal mager worden.
1525
Js 17:5
En het moet geschieden dat wanneer de oogster het staande koren inzamelt en zijn eigen arm de aren oogst, dan moet hij worden als iemand die aren leest in de laagvlakte van Refaïm.
2959
Js 17:6
En er moet een nalezing in overblijven zoals bij het afslaan van de olijfboom: twee [of] drie rijpe olijven in de top van de tak; vier [of] vijf aan de vruchtdragende grote takken ervan”, is de uitspraak van YHWH, de God van Israël.
5870

De optelling 1525 + 2959 + 5870 leidt tot GW 10354.
Die GW (10354) komt overeen met Lukas 11:4
En vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven ieder die ons schuldig is. En breng ons niet in verzoeking.
Zie ons commentaar op Lukas 11:1-4, het zogenaamde modelgebed dat Yeshua zijn discipelen leerde. Ook voor de Joden van de Eindtijd zullen de daarin vervatte beden zeer leerzaam zijn.

Lukas 16:4 heeft eveneens de GW 10354.
Ik weet wat ik zal doen, opdat, wanneer ik uit het beheer wordt gezet, zij mij in hun huizen opnemen.
Zie svp ons commentaar op het ook weer voor Joodse mensen belangrijke thema De kwestie van het Beheer.

Js 17:7
Op die dag zal de mens de blik richten op zijn Maker, en zijn eigen ogen zullen met gespannen aandacht zien naar de Heilige Israëls.
2791
Js 17:8
En hij zal niet zien naar de altaren, het werk van zijn handen; en naar wat zijn vingers hebben gemaakt, zal hij niet met gespannen aandacht kijken, noch naar de heilige palen of naar de reukwerktafels.
3796
Js 17:9
Op die dag zullen zijn vestingsteden worden als een geheel verlaten gebied in het woud, ja, de tak die zij geheel verlaten hebben vanwege de zonen van Israël; en het moet een verlaten woestenij worden.
3969

GW 10556 (2791+3796+3969). Komt overeen met Mt 12:35

De goede mens brengt uit de goede schat goede dingen voort, en de goddeloze mens brengt uit de goddeloze schat goddeloze dingen voort.

Alsook met Hb 4:4

Want hij heeft ergens over de zevende [dag] aldus gezegd: "En God rustte op de zevende [dag] van al zijn werken".
Voor Israël geldt in dit verband nog altijd Psalm 95 >> Heden, als jullie zijn stem horen, verhardt jullie harten niet. Zie ons commentaar op het Schriftdeel Gods Rust in Hebreeën, hoofdstuk 4.

Js 17:10
Want gij hebt de God van uw redding vergeten; en aan de Rots van uw vesting hebt gij niet gedacht. Daarom plant gijaangename plantingen, en met de rank van een vreemde bezet gij ze.
4952
Js 17:11
Op de dag moogt gij uw planting zorgvuldig omheinen, en in de morgen moogt gij uw zaad doen uitspruiten, [maar] de oogst zal stellig vlieden op de dag der krankheid en ongeneeslijke smart.
3529
Js 17:12
Wee, een rumoer van vele volken, die onstuimig zijn als met de onstuimigheid der zeeën! En het gebruis van nationale groepen, die een lawaai maken net als het gebruis van geweldige wateren!
2826

GW 11307 (4952+3529+2826). Komt overeen met 1Ko 11:28, waar - in samenhang met het Avondmaal van de Heer - naar het Nieuwe Verbond wordt verwezen dat op de helft van de 70ste Jaarweek met Israël zal worden gesloten:
Maar laat een mens zichzelf beproeven en laat hij aldus van het brood eten en van de beker drinken.
Zie ons commentaar op 1Ko 11:17-29.

Alsook met Titus 1:9
Zich vasthoudend aan het naar de [ware] leer betrouwbare Woord, opdat hij in staat is zowel door de gezonde leer te bemoedigen als de tegensprekers terecht te wijzen.

Js 17:13
De nationale groepen zullen een lawaai maken net als het gebruis van vele wateren. En Hij zal het stellig bestraffen, en het moet ver weg vlieden en worden opgejaagd als het kaf der bergen voor een wind uit; en als een wervelwind van distels voor een stormwind uit.
3490
Js 17:14
Ten tijde van de avond, ziedaar! plotselinge verschrikking. Vóór de morgen — het is er niet meer. Dit is het deel van hen die ons plunderen, en het lot dat degenen toebehoort die ons uitplunderen.
2489

GW 5979 (3490+2489). Komt overeen met Ex 29:2; 2Kr 35:15. En in de Griekse Geschriften met
Jh 13:15
Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.
En 2Ti 4:20
Erastus bleef in KorintheTrofimus liet ik echter ziek achter in Milete.

Js 17:12-14

Overigens lijkt het drietal laatste verzen (12 tm 14) op zichzelf ook een eenheid te vormen.
Wanneer we dat doen, verkrijgen we de GW 8805 (2826+3490+2489), en die GW komt overeen met Mt 12:12  >> Hoeveel gaat niet een mens een schaap te boven? Daarom is het geoorloofd op de sabbat een goede daad te doen.
Voor Joodse mensen zeer zeker een grote uitdaging! Zij kunnen alsnog heel veel leren uit het onderwijs van hun ware Masjiach!

Alsook met Mr 5:33 >> De vrouw nu, bevreesd en bevende, wetende wat met haar was geschied, kwam en wierp zich voor hem neer en zei hem de volle waarheid.

We citeren nogmaals >>

12 Wee, een rumoer van vele volken, die onstuimig zijn als met de onstuimigheid der zeeën! En het gebruis van nationale groepen, die een lawaai maken net als het gebruis van geweldige wateren!
13 De nationale groepen zullen een lawaai maken net als het gebruis van vele wateren. En Hij zal het stellig bestraffen, en het moet ver weg vlieden en worden opgejaagd als het kaf der bergen voor een wind uit; en als een wervelwind van distels voor een stormwind uit.
14  Ten tijde van de avond, ziedaar! plotselinge verschrikking. Vóór de morgen — het is er niet meer. Dit is het deel van hen die ons plunderen, en het lot dat degenen toebehoort die ons uitplunderen.

Maar in deze passage schuilt nog veel meer dat voor het gehele Israël Gods waardevol is!
Er is namelijk sprake van een opvallende link met het Estherverhaal.
En dat is op zich zeker niet vreemd. Waarom niet?
Omdat we ons hier bevinden in hoofdstuk 17 van Jesaja en het Boek Esther deel uitmaakt van van Spaak 17 in het Bijbelwiel, t.w.

פ  (Boek 17) Esther – (Boek 39)  Maleachi – (Boek 61)  2 Petrus

De 17e letter van het Hebreeuwse alfabet (פ, Pee) is dan ook in het Boek Esther prominent aanwezig, onder meer in het woord Pur, meervoud Purim.
Kenmerkend voor Spaak 17 is ook Jezus’ Paroesie (Grieks: παρουσια), zijn tegenwoordigheid, een term die eveneens aanvangt met de letter Pee. In Twee Petrus maakt de apostel met nadruk melding van Jezus’ paroesie wanneer hij zijn (Joodse) lezers attendeert op de bijzondere ervaring die hijzelf, tezamen met de twee andere prominente apostelen - Johannes en diens broer Jakobus - had tijdens het Transfiguratievisioen. 
Maar omdat er met elke ‘spaak’ in het Bijbelwiel betekenisvolle hoofdstukken verbonden zijn in andere Bijbelboeken die hetzelfde nummer hebben (in dit geval dus 17) verwondert het ons niet dat Mattheüs het verslag daarvan optekende in hoofdstuk 17 van zijn Evangelie.

Maar nu alle aandacht voor vers 12 >>
Wee, een rumoer המון [Strongnr 1995)  van vele volken, die onstuimig zijn יהמיון [Strongnr 1993)  als met de onstuimigheid יהמיון [Strongnr 1993) der zeeën! En het gebruis van nationale groepen, die een lawaai maken net als het gebruis van geweldige wateren!

De Joden hebben vanouds een verband gelegd tussen het Estherverhaal en dit Schriftdeel in Jesaja 17.
In de eerste zin van vers 12 vertoont het woord המון [Strongnr 1995) namelijk veel gelijkenis met de naam Haman המן [Strongnr ] en is het woord יהמיון [Strongnr 1993) aanleiding geworden om bij de herdenking van het Purim veel lawaai te maken.
Elk jaar, op 14/15 Adar – in 2019 op 14/15 Ve-Adar (21 Maart) – wordt door Joodse mensen herdacht hoe hun voorouders op die datum aan de moordzuchtige machinaties van Haman ontkwamen.
Zie ook het (Engelse) commentaar van de Bible Wheel site op de vv 12 tm 14 >>

In Js 17:1-3 zagen we dat wellicht de aanstaande verwoesting van Damaskus leidt tot de opstanding van Yeshua’s Gemeentelichaam. Gewoonlijk aangeduid als de Opname.

En uit Js 17:12 mag, wellicht niet onterecht – afgeleid worden dat op 21 Maart 2019 (14/15 Ve-Adar), de dag voor de jaarlijkse Purimviering, de 70steJaarweek aanbreekt.

Jesaja 10:5-34
Verkort gematria-overzicht

Terwijl in Jesaja 17 in toekomstige zin over Damascus geprofeteerd wordt - in de Eindtijd zal die stad tot een ruïne vervallen - werd al eerder in Jesaja, in hoofdstuk 10, op die ramspoed gedoeld als reeds in het verleden liggend.
In dat hoofdstuk wordt namelijk naar de Assyriër verwezen, of kortweg Assyrië, de Antichristelijke Macht van de Eindtijd, die – duidelijk in demonische grootspraak – prat gaat op Damaskus’ ondergang; onder zijn leiding geschied door zijn vorsten:

Js 10:5-7
5  Ah Assyrië, roede voor mijn toorn; en staf in hun hand [in] mijn verontwaardiging.  
6  Op een afvallige natie zal ik hem afsturen, en tegen het volk [Israël] van mijn verbolgenheid zal ik hem bevel geven, om veel buit te nemen en om veel roofgoed te nemen en om het te vertrappen als slijk op straat.  
 Hoewel hij het niet zo bedoelt, zal hij zich geneigd voelen. Want het leeft in zijn hart om te verdelgen en om natiën af te snijden – niet weinig!  

GW 9023 ≈ 1Ko 10:4
En allen [Israël in de wildernis] dronken dezelfde geestelijke drank; want zij plachten te drinken uit een geestelijke rots die [hen] volgde. De rots nu was de Messias.

Js 10:8-11
8  Want hij zegt:
Zijn mijn vorsten niet allemaal koningen?  
9  Is het Kalno niet vergaan als KarchemisHamath als ArpadSamaria als Damaskus?  
10  Zoals mijn hand wist te vinden de koninkrijken van de afgoden, hoewel hun beelden die van Jeruzalem en die van Samaria overtreffen;
11  zoals ik gedaan heb met Samaria en zijn afgoden – zou ik zo niet doen met Jeruzalem en haar afgodsbeelden?  

GW 9900 ≈ 1Kn 7:41, verwijzend naar de bouw van Salomo’s tempel >>
De twee zuilen, de twee bollen der kapitelen op de top der zuilen, de twee vlechtwerken om beide bollen der kapitelen op de top der zuilen te bedekken.

Js 10:12
Het zal gebeuren, zodra YHWH heel zijn werk op de berg Sion en in Jeruzalem voltooid heeft, dat ik de vrucht van de trots van de koning van Assyrië en de glans van zijn hooghartige oogopslag zal vergelden.  

GW 4944 ≈ Jh 15:14
Jullie zijn mijn vrienden, indien jullie doen wat Ik jullie gebied.


Js 10:14
Ja, mijn hand greep naar het vermogen der volken als naar een vogelnest, en zoals men verlaten eieren opraapt, raapte ik de ganse aarde weg, en er was niet een die een vleugel verroerde, de snavel opendeed of piepte.

GW 3653 ≈ Ez 24:8 en Hk 3:14
Ten einde woede te doen opkomen voor het voltrekken van wraak, heb ik haar bloed [van opstandig Jeruzalem] op het glanzende, kale oppervlak van een steile rots gedaan, opdat het niet bedekt wordt.

En
Met zijn eigen staven hebt gij [het] hoofd [de vijandelijke demonische macht] van zijn krijgslieden doorboord [toen] zij aanstormden om mij te verstrooien. Hun uitgelaten gejubel was als van hen die eropuit zijn een ellendige in een schuilplaats te verslinden.

Js 10:15-19
15  Zal de bijl zich verheffen boven degene die ermee hakt, of de zaag zich grootmaken boven degene die haar heen en weer beweegt, alsof de staf degenen die hem opheffen heen en weer bewoog, alsof de stok hem ophief die geen hout is?
16  Daarom zal de Heer, YHWH der legerscharen, over zijn vetgemesten een wegterende ziekte blijven zenden, en onder zijn heerlijkheid zal een brand blijven wegbranden als de brand van een vuur.
17  En Israëls Licht moet een vuur worden, en zijn Heilige een vlam; en het moet oplaaien en op één dag zijn onkruid en zijn doornbossen verteren. 
18  En de heerlijkheid van zijn woud en van zijn boomgaard zal Hij tot een eind brengen, ja, van de ziel af tot zelfs het vlees toe, en het moet worden als het wegteren van iemand die ziekelijk is.
19  En de rest van de bomen van zijn woud — die zullen dusdanig in aantal worden dat zelfs een knaap ze zal kunnen opschrijven.

GW 15047 ≈ Hn 18:25
Deze  [Apolloshad mondeling onderricht ontvangen in de weg van de Heer en, vurig van geest zijnde, sprak hij en gaf nauwkeurig onderwijs over de dingen die op Jezus betrekking hadden, ofschoon hij alleen met de doop van Johannes bekend was.  

Js 10:20-23

20  En het zal te dien dage geschieden, dat de rest [sjear] van Israël en wat van Jakobs huis ontkomen is, niet langer zullen steunen op hem die hen sloeg, maar in waarheid steunen zullen op YHWH, de Heilige Israëls.

Op zich heeft dit vers al een bijzondere GW, t.w. 5171, corresponderend met die van Esther 9:14 >>
De koning beval dat aldus geschieden zou en een wet werd in Susan uitgevaardigd en de tien zonen van Haman werden opgehangen.

21  Een rest [sjear] zal terugkeren, het overblijfsel [sjear] van Jakob, tot de sterke God.
22  Want, al ware uw volk, o Israël, als het zand der zee, slechts een rest [sjear] onder hen zal terugkeren; verdelging is vast besloten, overvloeiende van gerechtigheid.  

Ook van dit vers is de GW het vermelden waard: 2732, corresponderend met die van 1Sm 17:47.
Bij zijn overwinning op de reus Goliath, zei David >>
En deze hele gemeente zal weten dat YHWH niet met zwaard of speer redt, want YHWH behoort de strijd toe, en hij zal jullie [Filistijnen] in onze hand geven.

23  Ja, een verdelging die vast besloten is, voltrekt YHWH, de Heer der legerscharen, in het midden van de ganse aarde.

GW 11737 ≈ Mr 15:21 en Jk 5:15
En zij presten een voorbijganger om zijn martelpaal te dragen, een zekere Simon van Cyrene, die van het land kwam, de vader van Alexanderen Rufus.
En
En het gebed des geloofs zal hem die uitgeput is redden, en de Heer zal hem oprichten; en als hij zonden begaan heeft, zal het hem vergeven worden. 

Deze passage - de vv 20 tm 23, waarin de verschijning van een Joods Overblijfsel in de Eindtijd profetisch wordt aangekondigd – blijkt zich bij nadere beschouwing in Jesaja 10, precies te bevinden tussen de twee delen die profetisch geheel handelen over de Antichristelijke Macht van de Eindtijd, de – zacht uitgedrukt – verwaande Assyriër.
Zie de vv 24 tm 33, waarin we constateren dat in vers 24  Gods roede over diens veroordeling - welke na vers 19 even onderbroken leek te zijn – weer in alle profetische hevigheid ‘zwaait’ over de Assyrische Eindtijdmacht.

-.-.-.-


dinsdag 12 februari 2019

Evangelie volgens Lukas – Hfdst 15-24



Klik hier voor de commentaren op de hfdst 1 tm 14 van dit Evangelie
Voor ‘smal’ lezen van alle hoofdstukken van Lukas op mijn Blog, klik hier

Hoofdstuk
      Voor het Sanhedrin