Veni Domine Iesu

Veni Domine Iesu
De Tent van God bij de mensen en Hij zal bij hen verblijven

maandag 8 oktober 2018

Rechter Ibtsan


Omtrent rechter Ibtsan - hij die kwam na Jefta - lezen we in het verslag van Rechters 12:8-10, het volgende, korte bericht:

En na hem werd Ibtsan uit Bethlehem rechter over Israël. En hij kreeg dertig zonen en dertig dochters die hij uithuwelijkte. En hij deed van buiten dertig dochters komen voor zijn zonen. En gedurende zeven jaar bleef hij rechter over Israël. Toen stierf Ibtsan en werd te Bethlehem begraven.

Dat Ibtsan gedurende 7 jaar voor Israël als rechter optrad, doet op zich al vermoeden dat met dit verslag gezinspeeld wordt op de gebeurtenissen tijdens de 70ste Jaarweek voor Israël, in het bijzonder wanneer de Antimashiach zich gedurende die 7 jaar ook als Israëls rechter zal opwerpen.
Denk daarbij vooral aan Dn 9:27 >>

En naar velen zal hij een verbond kracht bijzetten één zeven. En op de helft van de zeven zal hij doen ophouden slachtoffer en spijsoffer. En op vleugel van gruwelen een verwoester, en tot voleinding zal wat vast besloten is uitgestort worden op de verwoester.

Daar komt nog bij dat vers 9 >> En hij kreeg dertig zonen en dertig dochters die hij uithuwelijkte. En hij deed van buiten dertig dochters komen voor zijn zonen. En gedurende zeven jaar bleef hij rechter over Israël << de getalswaarde 6023 heeft. Zelf zijn wij namelijk overtuigd dat vanaf 6023 AM de 70ste Week verwacht moet worden.
Overigens is het interessant om te vernemen wat een zekere Nathan Moskowitz schreef over de wijze waarop Ibtsan, naar zijn zienswijze omtrent die rechter, handelde.
Citaat:

Een ander verhalend element dat Ibtsan verbindt met [de stam] Zebulon wordt blijkbaar gevonden in de parallellen tussen het Hebreeuwse grondwoord van Zebulon's naam, omschreven in Genesis, en Ibtsans acties die zijn stamidentiteit verder verduidelijken: Lea zei,

God heeft mij begiftigd met een mooi geschenk; deze keer zal mijn man bij mij wonen, want ik heb hem zes zonen gebaard. Dus noemde ze hem ZebulonTenslotte baarde zij [hem] een ​​dochter en noemde haar Dina (Gn 30:20-21).

De naam die Lea aan Zebulon gaf, kwam voort uit haar gefrustreerde verlangen naar de liefde van Jakob. De Targum vertaalt zal bij mij wonen, een weergave die ook werd gevolgd door Saadiah GaonRashiIbn Ezra en Radak, hoewel het ook "verheffen" kan betekenen. Lea'sdroom om te "wonen" met haar echtgenoot kwam tijdens haar leven echter nooit tot stand, maar door tussenkomst van Ibtsan werd haar diepe wens eeuwen later (blijkbaar) alsnog gerealiseerd in de gestalte van Zebulons nakomelingen.

Wat was de essentie van Ibtsans periode als rechter? En wat in de tekst is het enige kenmerk van zijn regeerperiode dat het vermelden waard bleek te zijn?
Antwoord: De huwelijken en verbintenissen van de zonen en dochters van Ibtsan, met bijzondere nadruk op het feit dat de dochters zich buiten het clanverband begaven om bij hun echtgenoten te wonen.
Een zekere Abrabanel merkte op
a) dat de verzen die de huwelijken van Ibtsan's kinderen beschrijven, laten zien dat het in diens tijd gebruikelijk was dat getrouwde zoons in de buurt van hun ouders woonden, maar dat getrouwde dochters wegtrokken en bij hun schoonouders woonden; en
b) dat bijgevolg Lea’s nooit-gerealiseerde hoop een vervulling kreeg in de dochters van IbtsanDie ‘woonden’ werkelijk bij hun echtgenoten.

Van alle vier de moeders van de kinderen van Jakob is het daarnaast opmerkelijk dat alleen Lea ook nog een dochter kreeg.
De geboorte van Dina wordt in het verslag onmiddellijk vermeld na die van Zebulon, zodat die twee, broer en zus, tekstueel - en misschien ook metaforisch – met elkaar worden verbonden. De gedachte om bij een man te wonen, is in feite de kern van Dina's leven, en het is opmerkelijk dat juist dat feit - verbintenissen tussen zonen en dochters uit verschillende clans - de enige actie blijkt te zijn welke aan Ibtsans rechterschap wordt toegeschreven. Een actie ook welke eerder, binnen het patriarchale tijdperk, een centraal kenmerk bleek te zijn in het kader der onderhandelingen in het Dina-verhaalHamor sprak met hen [Israël], zeggend:

Wat mijn zoon Sichem betreft, zijn ziel is aan jullie dochter gehecht. Geeft haar alstublieft aan hem tot vrouw, en gaat echtverbintenissen met ons aan. Jullie dochters moeten jullie aan ons geven, en onze dochters moeten jullie voor jezelf nemen. Jullie mogen bij ons wonen en het land zal tot jullie beschikking staan. Woon er en doe er zaken in en vestig je erin.
Toen zei Sichem tot haar vader en tot haar broers: „Laat mij gunst vinden in jullie ogen, en wat jullie mij ook zult zeggen, ik zal het geven. Maakt de bruidsprijs en gift die mij worden opgelegd zeer hoog; ik ben bereid te geven overeenkomstigdatgene wat jullie mij zeggen mogen; geeft mij slechts de jonge vrouw tot echtgenote (Gn 34:8-12).

Het bovenstaande zou kunnen beschrijven wat Ibtsan tot stand bracht, namelijk datgene wat naderhand toch niet bleek te lukken in het geval van Sichem, maar wel in relatie tot andere Israëlitische clans. Het is alsof Ibtsan voorzag in een oplossing voor wat betreft de hoop die in verband met (de stam) Zebulon werd geuit.  
Daarnaast suggereert de naam Bethlehem ook echtelijk en huiselijk geluk. De grondwoorden zijn beit (wonen) en lehem (brood).
Lehem betekent niet alleen brood in het bijzonder, maar voedsel en onderhoud, de warmte van huis en haard in het algemeen. Vandaar dat Bethlehem ook een geschikte alternatieve uitdrukking is voor Zebulon (woning), en voldoet aan de verwachtingen van Lea.

Aldus het commentaar op Ibtsan door Nathan Moskowitz.
Wijzelf stellen daarnaast de vraag: “In welke zin echter zou die toenmalige gang van zaken - onder het rechterschap van Ibtsan - geprojecteerd kunnen (mogen) worden op de boosaardige bedoelingen van de komende Antimashiach en de 7 jaar waarin óók hij zich als Israëls Rechter zal opwerpen”?  
Wellicht mogen wij dan stilstaan bij wat er in 2Tm 3 profetisch wordt aangekondigd voor de Laatste dagen, met name in de vv 6 tm 8 :

Maar weet dit, dat er in de laatste dagen gevaarvolle tijden zullen aanbreken… Want uit hen zijn zij die de huizen binnensluipen envrouwtjes inpalmen die met zonden beladen zijn, gedreven door allerlei lusten, [vrouwen] die altijd leren en nooit tot juiste kennis van de waarheid kunnen komen. Op de wijze waarop Jannes en Jambres Mozes weerstonden, zo weerstaan ook dezen de waarheid, mensen volkomen bedorven van denken, afgekeurd wat de geloofstrouw betreft.

In datgene wat de apostel Paulus profetisch schildert, herkennen wij de Nefilim, de gevallen zonen Gods, die in de dagen vóór de Vloed hun kans grepen om zich onder de mooie dochters der mensen te begeven, en zich vrouwen te nemen, allen die zij maar wilden (Genesis 6:1-4).


In de (nu zeer nabije) Eindtijd zal, om zo te zeggen, 'een herhaling van zetten' plaats vinden. Het resultaat zal een mate van slechtheid op ongekende schaal zijn. Wat we in Genesis 6:5, 6 lezen past in alle opzichten volkomen op het beeld dat de apostel schildert:

Toen YHWH dan zag, hoe groot op aarde het bederf onder de mensen was geworden, en zij enkel maar zonnen op slechte dingen,
berouwde het YHWH, dat hij de mens op aarde gemaakt had.

Dat de Nefilim op geraffineerde wijze vrouwtjes zullen inpalmen die altijd leren, roept vergelijkingen op met een verschijnsel dat zich in recente tijden meerdere malen aan de wereld heeft vertoond: Religieus getinte communes met goeroeachtige leiders aan het hoofd, charismatische figuren die [vooral] 'leergierige' vrouwtjes om de vinger winden, en sluw weten te verbergen dat ze eigenlijk maar één oogmerk hebben. De demonen zullen dergelijke misleiders ongetwijfeld nog verre in het bedrog overtreffen.

De aankondiging dat de Antichristelijke macht van de Eindtijd naar het lijkt dertig dochters van buiten zal doen komen voor zijn [dertig] zonen wijst wellicht op
1.)   zijn bedrieglijk Joods voorkomen. De getalswaarde van Jood [Yehudah] is immers 30 (10+5+6+4+5).
2.)   de tegennatuurlijke relatie tussen zijn (van nature) geestelijke ‘zonen’ (demonen) en de dochters van buiten van de menselijke, stoffelijke natuur. 

Van buiten heeft getalswaarde 104 en treffend is dat de GW van Js 36:16, waarin de bedrieglijke koning van Assyrië - een type van de Antichrist - de Joden van de Eindtijd oproept zich bij hém aan te sluiten, de GW 6-104 heeft.

Zie ook ons commentaar op de omstreden tekst van Daniël 2:43.

De drie verzen in Rechters 12, over het zevenjarig optreden van rechter Ibtsan, met de bijbehorende gematriawaarden, geven wij voor de geïnteresseerde lezer hieronder ›› 


Rechters 12
8
En na hem werd Ibtsan uit Bethlehem rechter over Israël.
9
En hij kreeg dertig zonen en dertig dochters die hij uithuwelijkte. En hij deed van buiten dertig dochters komen voor zijn zonen. En gedurende zeven jaar bleef hij rechter over Israël. 
Toen stierf Ibtsan en werd te Bethlehem begraven.


Opgeteld leiden de getalswaarden van de drie verzen tot de GW 9677. Die waarde wordt ook aangetroffen in Rm 12:19 die luidt››
Wreekt jezelf niet, geliefden, maar geeft plaats aan de toorn, want er staat geschreven: Aan mij de wraak, ik zal vergelden, zegt de Heer. 

Als het op de noodzaak van vergelding aankomt, heeft God zelf daarvoor zijn eigen bestemde tijd. Bij het geven van die waarschuwing steunde de apostel Paulus op Dt 32:35-36. Volgens de LXX, een passage welke binnen rabbijnse kringen kennelijk tot een spreekwoordelijk gezegde was geworden: Aan mij [is de] wraak, ik zal vergelden. 

Uit het contextuele verband in Dt 32 blijkt dat de daar aangekondigde wraak het ontrouwe deel van Israël van de Eindtijd zal treffen. En waarom?
Omdat zij de demonische tegenhanger van rechter Ibtsan als hun Mashiach zullen verwelkomen. Volgens vers 37 zal YHWH Elohim dat afvallige deel van Israël dan – hen rechterlijk veroordelend – de vraag voorleggen: Waar zijn hun goden, de “Rots” bij wie zij hun toevlucht zochten?!



-.-.-.-


Geen opmerkingen: